De Europese banksector staat op scherp: technologie, regelgeving en concurrentie botsen. Wie wint deze strijd—de snelste innovator of de meest gecontroleerde groeier? Qonto-topman en mede-oprichter Alexandre Prot deelt zijn visie.
De Europese neobanksector staat op een kantelpunt. Waar fintechs jarenlang konden groeien op basis van innovatiekracht, gebruiksgemak en scherpe prijzen, wordt het speelveld vandaag gedomineerd door drie krachten: de snelle opkomst van kunstmatige intelligentie, toenemende regeldruk en een steeds intensere concurrentie. In dat krachtenveld is de vraag niet langer wie de beste app bouwt, maar wie in staat is om op schaal snel te blijven innoveren zonder de controle te verliezen. Voor Alexandre Prot, medeoprichter en topman van Qonto, is dat precies de uitdaging die hem bezighoudt. Niet technologie op zichzelf, maar de combinatie van groei en snelheid blijkt doorslaggevend. Prot: “Wat mij ’s nachts wakker houdt, is groei en uitvoeringssnelheid. We zijn gegroeid naar 1.600 mensen in heel Europa, en dat is geweldig—maar het risico is dat je trager wordt. De echte uitdaging is dus om de cultuur en manier van werken voldoende wendbaar en ondernemend te houden om snel te blijven bewegen. Je moet autonomie toelaten, risico’s durven nemen en zelfs fouten accepteren. Als je fouten volledig uitsluit, sluit je ook snelheid uit. En in de financiële wereld is snelheid alles.”
“Groei gaat vandaag niet meer over zoveel mogelijk mensen aannemen, maar over talentdichtheid”
De spanning tussen schaal en wendbaarheid is kenmerkend voor de fase waarin veel neobanken zich bevinden. Waar groei voorheen vooral draaide om het aannemen van zoveel mogelijk mensen, verschuift de focus nu naar efficiëntie en organisatieontwerp. Meer mensen betekent immers niet automatisch meer snelheid. Prot: “Tien jaar geleden hadden we een team van tien mensen. Het is veel makkelijker om die op één lijn te krijgen dan de 1.600 mensen die vandaag bij Qonto werken. Daarom werken we met kleinere teams met een hoge mate van autonomie. We combineren ervaren mensen die de cultuur begrijpen met nieuwe collega’s die frisse inzichten meebrengen. Die balans is cruciaal. Groei gaat vandaag niet meer over zoveel mogelijk mensen aannemen, maar over talentdichtheid. Oftewel het toevoegen van de juiste mensen, zonder de organisatie te vertragen.” In dat streven naar productiviteit speelt AI een steeds centralere rol. Prot: “AI houdt mij niet wakker als bedreiging. Het is juist een kans die we niet mogen missen. De vraag is: hoe kunnen we dankzij AI sneller gaan? Hoe bouwen we betere producten? Hoe helpen we klanten om hun financiën in real time te beheren? Als we AI goed inzetten, kunnen we veel meer klanten bedienen zonder concessies te doen aan onze hoge standaard voor dienstverlening. Dat is de echte impact.”
Dat AI in veel gevallen minder fouten maakt dan mensen, vraagt volgens Prot om een nieuwe manier van denken: “Waar organisaties gewend zijn menselijke fouten te accepteren, ligt de lat voor technologie vaak hoger. Tegelijkertijd neemt het belang van risicobeheersing toe, zeker in een sector waar vertrouwen cruciaal is.”
Spanningsveld: technologie en regeldruk
De combinatie van technologie en regulering creëert een interessant spanningsveld. Aan de ene kant ontstaan nieuwe risico’s, bijvoorbeeld rond AI-gedreven fraude of datagebruik. Aan de andere kant biedt dezelfde technologie juist betere mogelijkheden om die risico’s te beheersen. Volgens Prot is dat geen fundamenteel nieuw fenomeen, maar een evolutie van bestaande uitdagingen. Tegelijkertijd verandert ook de aard van concurrentie. Prot: “De markt is enorm, en we concurreren nog steeds vooral met traditionele banken die zo’n 90% van de markt in handen hebben. De vraag voor klanten is simpel. Wil je in vijf minuten online een rekening openen, of weken wachten? Dat is nog steeds de kern van onze propositie.”
“Goede klantservice is niet onderhandelbaar. Als klanten geen hulp krijgen wanneer ze die nodig hebben, maakt het niet uit hoe goed je app is.”
Toch verschuift het speelveld snel. Neobanken ontwikkelen zich van aanbieders van betaalrekeningen naar bredere financiële platforms, waarin ook boekhouding, facturatie en cashflowmanagement geïntegreerd zijn. Juist daar komt de kracht van AI volledig tot zijn recht. Prot: “Je hebt twee benen nodig om snel te kunnen rennen. Traditionele banken hebben de infrastructuur, maar missen de wendbaarheid. Pure softwarebedrijven hebben die wendbaarheid wel, maar niet de bancaire basis. Het winnende model combineert beide—en daar hebben fintechs een uniek voordeel.” In die ontwikkeling blijft klantbeleving een cruciale differentiator. Waar sommige spelers inzetten op maximale automatisering, kiest Qonto bewust voor een sterke focus op customer care. Niet als kostenpost, maar als strategisch voordeel. Prot: “Goede klantservice is voor ons niet onderhandelbaar. Iedereen krijgt uitstekende ondersteuning, ongeacht wat ze betalen. We hebben daar vanaf het begin zwaar in geïnvesteerd: lokale teams, native speakers, 24/7 service. Veel concurrenten focusten alleen op het product en onderschatten dit. Maar als klanten geen hulp krijgen wanneer ze die nodig hebben, vertrekken ze. Dan maakt het niet uit hoe goed je app is.”
Overnames en IPO-plannen
Die nadruk op kwaliteit en service is nauw verbonden met de bedrijfscultuur. Voor Prot is cultuur geen abstract begrip, maar een concreet instrument om groei te sturen. Binnen Qonto wordt dat samengevat in drie kernwaarden: ambition, action en accountability. Het belang van cultuur wordt extra zichtbaar in strategische keuzes rond groei. Waar bedrijven in het verleden sterk leunden op acquisities, verandert die dynamiek door AI. Software wordt goedkoper om zelf te bouwen, waardoor de afweging tussen kopen en bouwen opnieuw moet worden gemaakt. Prot: “AI verlaagt de kosten van softwareontwikkeling. Dus als we naar overnames kijken, moeten we goed nadenken: bouwen we het zelf sneller? Of brengt een bedrijf iets wat we niet snel kunnen repliceren—zoals klanten, licenties of specifieke expertise? Daar zit de echte waarde van acquisities.” Een beursnotering kan het makkelijker maken om overnames te doen en zou de zichtbaarheid verhogen. Omdat de aanvraag voor een bankvergunning loopt, wordt al voldaan aan de rapportage- en compliance-eisen die bij een IPO gesteld worden. Toch maakt Qonto hiermee geen haast. Prot: “Wij investeren voor de lange termijn en zijn bereid om risico’s te nemen. Maar als je een beursnotering hebt, kijk je elke keer een paar maanden vooruit naar de volgende kwartaalrapportage. Dat kan voor afleiding zorgen. Bedrijven zoals Stripe blijven heel lang in private handen, terwijl het koersverloop van Adyen laat zien hoe grillig het marktreacties op de beurs kunnen zijn. Voorlopig heb ik mijn vinger dan ook niet op de IPO-knop.”
